TECHNIEK Deze fijnschildertechniek is uiterst arbeidsintensief. Ze stamt oorspronkelijk uit de Renaissance en werd o.a. door Leonardo da Vinci en Botticelli toegepast en is ook door de oude meesters van vele Hollandse scholen steeds verder verfijnd. Bij toepassing van deze techniek wordt een schilderij in vele lagen opgebouwd, te beginnen met de onderschildering. Drie kleurtonen zijn hierbij bepalend: een warm sienna of grijs voor de middentonen, wit voor het licht, en bruin voor de donkere partijen. In deze fase wordt de gehele compositie vastgelegd. Na voldoende uitgehard te zijn, wordt hier overheen een glacerende laag aangebracht, waarin tevens, middels kleuren, de fijne details ontstaan. Het kunstwerk krijgt door de glacerende lagen een transparant uiterlijk, hetgeen bij een juiste belichting, optimaal het resultaat van deze uitgebalanceerde techniek toont.